dinsdag 2 oktober 2012

Tijd van vissen is voorbij, het wordt jagen!

In zijn afscheidsrede als voorzitter van Bovag Onafhankelijke Autobedrijven spoorde Bertho Eckhardt de aanwezige ondernemers aan vooral actie te ondernemen in een tijd van economische tegenspoed. "De tijd van vissen is voorbij; het wordt jagen."
Eckhardt wees zijn gehoor erop dat de aftersalesmarkt in 2011 met 5 procent is gedaald en dat ondernemers in actie zullen moeten komen. Bovag helpt ondernemers daarbij door bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de websites van autofabrikanten te verbeteren en door met name de ook aanwezige voorzitter van werkgeversorganisatie VNO/NCW aan te sporen vooral invloed uit te oefenen op het nu te vormen kabinet om de positie van ondernemers te verbeteren.
Veel bereikt
Natuurlijk was Eckhardt ook tevreden over de zes jaar waarin hij voorzitter was van de afdeling Onafhankelijke Autobedrijven van de Bovag. Hij noemde bijvoorbeeld het feit dat de leasemarkt voor de onafhankelijke autobedrijven is opengegaan, dat de relatie met de afdeling dealers sterk is verbeterd en dat ruim 75 procent van de achterban gebruikmaakt van één of meerdere producten van Bovag, waar dat enkele jaren geleden nog geen 50 procent was.
Mobiliteit
Kijkend naar de toekomst ziet Eckhardt dat er een nieuwe generatie opgroeit die niet zozeer aan het bezit van een auto is gehecht als wel dat hij op zoek is naar mobiliteit. "Het onafhankelijke autobedrijf wordt dan meer een adviseur van veiligheid en mobiliteit", aldus Eckhardt. Volledige transparantie en het delen van ervaringen van andere gebruikers is daarbij cruciaal. "Daarmee speelt u in op de wensen van de zelfbewuste klant, want dat is de klant van vandaag."
Johan Cruyff Foundation
Tot slot noemde Eckhardt de vorig jaar gestarte actie in samenwerking met de Johan Cruyff Foundation, waarbij Bovag-bedrijven 50 eurocent per uitgevoerde apk-keuring ter beschikking kunnen stellen van de stichting. Dat heeft in een jaar tijd 120.000 euro opgeleverd, waarvan 60.000 euro naar Goed Bezig-projecten gaat en de andere 60.000 euro naar de Johan Cruyff Foundation.

Bron: Autokompas

http://www.autokompas.nl/ondernemen/item/13111-tijd-van-vissen-is-voorbij-het-wordt-jagen

donderdag 27 september 2012

Gekke Henkie?

De provincie Friesland kiest voor elektrisch aangedreven bussen uit China! Dat terwijl twee Nederlandse bedrijven, VDL en Heijmans, ook zulke schone bussen in de aanbieding hebben! Hoe is dit mogelijk?!
De Nederlandse overheid heeft miljoenen aan innovatiesubsidies gestoken in de ontwikkeling van de elektrisch aangedreven bus en Nederland loopt, samen met China, voorop in de ontwikkeling van dit schone vervoermiddel.

Den Haag belooft steeds weer dat zij haar taak als launching customer serieuzer zal nemen. Dat zou moeten betekenen dat de overheid meer in Nederland ontwikkelde en geproduceerde innovaties aankoopt.

Ook zou bij het aanbestedingsbeleid veel meer moeten worden gekeken naar de ‘total cost of ownership’ en niet alleen naar de aanschafprijs. Want wie verstandig is, kijkt ook naar de kosten en baten op termijn. Wat te denken van de werkgelegenheid die de bouw van deze elektrische bussen in Nederland zou opleveren plus de meerjarige service en onderhoud. In de huidige economische situatie en met de verwachtingen rond oplopende werkloosheid in de komende jaren, lijkt me dat een belangrijke overweging om mee te nemen in die kosten-batenanalyse. Een uitdaging ook voor Schiphol – met de overheid als belangrijk aandeelhouder – dat zestig elektrische bussen nodig heeft.

Wat bedrijven verder steekt is dat buitenlandse bedrijven zonder vestiging in China niet de Chinese markt opkomen door invoerrechten van soms honderd procent, terwijl andersom de Chinezen gewoon mogen meedoen aan Nederlandse aanbestedingen. Ik heb dat signaal vaker gekregen, bijvoorbeeld van bedrijven die in Brazilië aan de bak proberen te komen. Een schip van Nederlandse makelij naar Brazilië exporteren is niet te doen vanwege de hoge importtarieven, dus moet er lokaal worden geproduceerd. Daar profiteert de werkgelegenheid in Nederland dus ook niet van. FME gelooft niet in protectionisme, uiteindelijk is vrije wereldhandel ook in het belang van onze Nederlandse bedrijven, maar we willen natuurlijk wel een eerlijk speelveld.

Dat brengt me op het volgende probleem. De Chinezen concurreren met een flinke dosis staatssteun in de achterzak, die Nederlandse bedrijven niet hebben. Enkele weken geleden heeft een high level commissie een advies uitgebracht over exportfinanciering, waaruit blijkt dat Nederland hierin nog veel kan verbeteren. Niet door onbeperkt staatssteun aan Nederlandse bedrijven te bieden, maar door ruimere garanties voor exportfinanciering. De concurrentieregels die de OESO hiervoor heeft opgesteld bieden die ruimte.

Ik pleit er al langer voor om een krachtige minister van buitenlandse handel te benoemen, die dit soort handelsbelemmeringen stevig gaat aanpakken. Via de ‘Koninklijke route’ (de WTO en bilaterale handelsakkoorden), maar ook door de Chinezen hier rechtstreeks op aan te spreken. Dat red je niet met een parttime staatssecretaris zoals in de afgelopen kabinetsperiode, daarvoor heb je zware doorzettingskracht nodig, dus een zwaargewicht op het allerhoogste politieke niveau.

Kortom: We moeten, ook de komende kabinetsperiode, gaan voor de Nederlandse industrie en haar mooie bedrijven. We moeten de ruimte benutten die mogelijk is om exportfinanciering te verbeteren. We moeten de kansen grijpen en belemmeringen aan de orde stellen. En een veel actiever industriebeleid voeren. Want we zijn toch geen Gekke Henkie?

Bron: Mevrouw Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink voorzitter FME/CWM

http://www.fme.nl/Actueel/Content/Weblog_voorzitter/Gekke_Henkie

Universele kanaal sterker dan dealerkanaal



 automonteur staand
Het aandeel van universele garages zal met zeker zes procent stijgen in de meeste West Europese landen. Dat zegt Boston Consulting Group (BCG) in een trendrapport over de Europese aftermarket, in opdracht van de Vereniging van Europese automobielfabrikanten (Acea). Vreemd is dat Acea het rapport in brede kring rondstuurt.
Het is verbazend, omdat het rapport aantoont dat het universele, merkonafhankelijke kanaal schijnbaar sterker is dan het dealerkanaal. Volgens de BCG zal het aandeel van het vrije kanaal alleen maar toenemen, gebaseerd op onderzoek in Groot-Brittannië, Italië, Polen, Frankrijk en Duitsland. Volgens het rapport zal het aandeel van universele garages met zeker zes procent stijgen.
Het is niet ondenkbaar dat Acea wil aantonen, dat de inspanningen van de Europese Commissie voor een vrijere reparatie- en onderhoudsmarkt hun vruchten hebben afgeworpen. Met dit wisselgeld zou Acea de aanhoudende discussie over de toegankelijkheid tot OE-data en de vragen rond de introductie van de E-call, iets in haar voordeel kunnen ombuigen.
Acea (European Automobile Manufacturers Association) (ACEA-artikel op website) als arme underdog tegen machtige universelen die zorgen voor prijsdruk op het merkgebonden kanaal! Dat is de teneur van het rapport en dat is ook meteen het welbekende addertje onder het gras.

Bron: After Sales Magazine

http://aftersalesmagazine.nl/nl/blog/item/universele_kanaal_sterker_dan_dealerkanaal/2938

dinsdag 25 september 2012

Rabobank, Aftersales na 100 jaar sales. (download rapport hier)




Het jaar 2012 is tot nu toe een taai jaar en de vooruitzichten voor 2013 zijn niet veel beter. Op alle fronten (nieuw, gebruikt en aftersales) neemt de omzet af. Het is van groot belang in actie te komen, zegt Rabobank in haar jongste sectorupdate automotive.
De automotive markt is deels voorspelbaar, cyclisch en vol pieken en dalen. Het leek er dit voorjaar op dat de daling in de aftersalesomzet als een donderslag kwam bij heldere hemel. Bovag meldde een terugval in aftersales van bijna zes procent over Q1 2012.
Aftersales vormt sinds jaar en dag de kurk voor het dealerbedrijf. Het aandeel van de omzet (uren en onderdelen) in de totale omzet is bescheiden (20 procent) maar het aandeel in de totale bruto marge ligt aanzienlijke hoger (>50 procent), een uiteindelijk risicovolle onbalans.
Een belangrijk kengetal in het dealerbedrijf is het absorptievermogen (de mate waarin de winst op aftersales de totale overheadkosten dekt). Drie jaar geleden (het rampjaar 2009) lag dit voor de branche net onder de 80 procent in 2010 klom dit tot boven de 90 procent, om vervolgens weg te glijden naar onder 85 procent in 2011 en onder de 80 procent in 2012. Een sterke daling dus, maar niet onverwacht. Het absorptievermogen daalde vanaf een piek van 93 procent in Q1 2010 elk kwartaal op rij. Niet alleen de crisis (lagere consumentenbestedingen e.d.) is de oorzaak van de daling, maar ook structurele trends zijn van grote invloed. Daarmee ligt een herstel in 2013 niet voor de hand.

Hoe verder? (bijna) niets doen


Een reactie zou kunnen zijn: het is al te laat, de daling is een feit, we redden wat er te redden is en hopen op betere tijden. Een risicovolle houding die we tegenkomen maar in ieder geval geen oplossingen biedt.
  • Saneren als basis voor de toekomst
    Binnen het bestaande businessmodel kan gezocht worden naar de nodige verbetering en optimalisatie (kosten omlaag, omzet wat in de plus), nuttig en vaak noodzakelijk in tijden van crisis. Denk aan reductie in werkplaatspersoneel/meters/bruggen en magazijn (meters en vooral kapitaal).
  • Product en prijs
    Commercieel/operationeel kan je werken aan de vorm, inhoud en prijs van producten en diensten (maar vergeet niet dat dan goed te communiceren, en beloftes ook echt waar te maken). Denk aan verlengde garanties c.q. onderhoudsschema's, pakketprijzen/transparantie, splitsing in hightechjobs en de meer routinematige werkzaamheden, uitbreiding naar andere auto-/mobiliteitsgerelateerde diensten, maatwerkoplossingen en prijsdifferentiatie voor oudere auto's horen hierbij.
  • Strategie
    Vaak is de combinatie van crisisbestrijding op korte termijn en strategische heroriëntatie (inclusief aansluiting op de echte trends) op langere termijn de goede combinatie. Denk hierbij aan een voor de markt herkenbare focus op de oudere auto en/of vreemde merken via een aparte universele formule (franchise of eigen). Dit kan werken mits vanuit overtuiging en ondernemerschap, met aandacht voor de kansen maar ook voor de risico's en valkuilen (gebrek aan universele cultuur en te veel merkdominantie, kannibalisering op bestaande omzet, kanaalconflicten, verwatering van imago, harde concurrentie en groeiende overcapaciteit, een te eenvoudige oplossing voor een probleem met onroerend goed etc.)
  • De wereld op zijn kop
    Je kunt grootse veranderingen starten door de samenwerking aan te gaan met andere spelers: dealers (intra- en interbrand), universelen, mobiliteitsproviders, verzekeraars. Maar dit vraagt om een fundamentele, en niet zo waarschijnlijke, herbezinning op de structuur van de markt en distributie, op de posities en identiteit van fabrikant, importeur en retailer. De herschikking/inkrimping van de dealernetwerken (al enkele jaren aan de gang en dat gaat nog wel even zo door) zou juist moeten worden aangegrepen om in sales en vooral in aftersales echt stappen te zetten naar een goed functionerend kwalitatief en gezond netwerk.

Ach ja, die klant

Uitgangspunt is dan niet de jacht op volumes, of die auto (merk, leeftijd, kilometerstand etc.) maar de mijnheer of mevrouw die die auto heeft, (soms) gebruikt en waardeert.
Vanuit dit klantperspectief is aftersales echt een verkeerde term, suggererend dat het er maar een beetje bij hangt. Als de aftersales de kurk is voor het autobedrijf, is het eigenlijk gek dat het vaak niet als de kern van het autobedrijf gezien wordt. Het gaat om het contact met de klant. Het wordt een strijd om de klant en sales voor de volle honderd procent, elke dag weer. En zo wordt aftersales eindelijk na 100 jaar sales, het werd tijd!

De Service Call

Zonder gepaste actie loopt de autodealer kans op die spreekwoordelijke emergency-call. De service-call voor het autobedrijf zou wat ons betreft verbinding moeten leggen met de accountant, adviseur, andere ondernemers (binnen en buiten de branche), importeur, branche-organisatie of bank. Het betrekken van andere partijen zorgt voor verfrissende hulp, inspiratie en kennis. Het tijdig inschakelen van zo’n hulplijn (service-call), kan ervoor zorgen dat de B-call achterwege blijft en het autobedrijf de komende jaren, in welke vorm dan ook, beter kan doorstaan.

Bron: Aftersales Magazine. Jos Veldhuisen.

Download hier PDF met alle cijfers en trends >>

Vakgarage nadert Kwik-Fit snel in Garageformule Top-35

De formule Vakgarage is nog maar één vestiging verwijderd van de tweede plaats van de Garageformule Top-35, opgesteld door marktanalysebureau Aumacon.
Aumacon-directeur Clem Dickmann (l.) overhandigde het eerste exemplaar aan  Marieke Groenveld (formulemanager Bosch Car Service) en Geurt van Uytert (midden, BCS-ondernemer en lid referentiegroep).  '
Aumacon-directeur Clem Dickmann (l.) overhandigde het eerste exemplaar aan Marieke Groenveld (formulemanager Bosch Car Service) en Geurt van Uytert (midden, BCS-ondernemer en lid referentiegroep).
 
Waar het netwerk van Kwik-Fit vrijwel ongewijzigd is gebleven, groeit dat van Vakgarage in rap tempo. Er zit nu nog maar één vestiging verschil tussen beide formules: 182 om 181 (vorig jaar: 180 om 148). Onaantastbaar is en blijft Bosch Car Service, met 382 vestigingen in Nederland.  
Zowel het aantal garageformules als de hoeveelheid deelnemende bedrijven is sinds vorig jaar behoorlijk gestegen, zegt samensteller Clem Dickmann. In totaal gaat het in ons land nu om 1.954 bedrijven. Behalve Vakgarage zijn ook formules als Requal en AutoCrew sterk gegroeid. Daarnaast noteert de Top-35 een groot aantal nieuwkomers. Autoservice Totaal en Starga springen daarbij qua deelnemersaantal het meest in het oog, al was het voor Starga nog spannend of men Dickmanns uitgave wel zou halen. De formule ging eind augustus nog failliet, maar werd kort nadien overgenomen.
Niet alle formules konden vorig jaar groei noteren. Otopartner, CarXpert en Speedy gingen zelfs stevig achteruit. Een enkele formule uit de 2011-editie komt zelfs helemaal niet meer terug in de nieuwe lijst - zoals de door franchisehuis The Alwaysbemobile Company gestaakte formule 1,2,3///Autoservice. Overigens meldt Aumacon in zijn uitgave dat Nederland eigenlijk minstens veertig formules ‘rijk' is, maar dat de uitrol met deelnemers hier en daar nog op zich laat wachten. Voorbeelden daarvan zijn De Garage, AutoROB en SternPoint: ze werden door de achterliggende dealerholdings weliswaar aangekondigd, maar beschikken nog nauwelijks over operationele vestigingen.

Bron: http://www.automobielmanagement.nl/nieuws/franchise-formules-automotive/nid15255-vakgarage-nadert-kwik-fit-snel-in-garageformule-top-35.html
 AUMACON Garageformule Top-35
aantal vestigingen
  
per 1 sept. 2012 (2011)
1
Bosch Car Service 
  382 (376)
2
Kwik-Fit 
  182 (180)
3
Vakgarage
  181 (148)
4
Profile Tyrecenter
  174 (171)
5
AD Autobedrijf
  133 (134)
6
Requal Erkend Reparateur
108 (45)
7
Euromaster
90 (91)
8
Otopartner
  89 (101)
9
AutoCrew
86 (51)
10
Autoservice Totaal
70 (-----
11
LeaseProf
62 (57)
12
Autofit
59 (58)
13
CarXpert
46 (54)
14
James Auto Service
37 (23)
15
Starga
35 (---)
16
Checkstar
30 (---)
17
James Lease Service
24 (---)
18
PCA
23 (22)
19
VETOS
19 (20)
20
VSR
15 (12)
21
Cosis
14 (14)
21
MBSG
14 (12)
23
A.T.U
10 (10)
24
Speedy
   8 (20)
24
Vovas
8 (-)
26
Quick Repair Service
  7 (6) 
26
Autogilde
 7 (-) 
26
Service Only
7 (6)
29
Athlon Car Lease Service Centre
6 (3)
29
Cars&Joy
6 (2)
29
Eurorepar
6 (-)
32
abc Autoservice
4 (4)
32
Drivein Car Service
4 (4)
32
Budget Service
4 (-)
35
EliteCar
3 (5)
   
   
 Bron: AUMACON Garageformule Top-35 2012

donderdag 20 september 2012

LOYALITEIT IS IN DE HELE KETEN NIET AF TE DWINGEN

Door: Jos Veldhuisen hoofdredacteur Aftersales Magazine.
  

Veel van wat we doen vertalen we in economische voor- en nadelen. Iedere afspraak die we maken moet 'iets' opleveren en mag niks kosten. Het is misschien een beetje kort door de bocht, maar we zijn wel geneigd zo te denken.
Zeker nu we van alle kanten horen dat we meer met minder moeten doen. Efficiency is tijdwinst, productiviteit, lagere kosten en meer marge. Maar marges staan onder druk en helaas is daardoor ook de kwaliteit van de zakelijke relaties onder druk komen te staan. In een verdringingsmarkt is de winst van de één, het verlies van de ander.
Het Latijnse woord pretium wordt vaak vertaald als prijs, maar betekent ook waarde. Als grondleggers van het Westerse economische denken realiseerden de oude Romeinen en zelfs de Grieken zich dat de prijs is gebaseerd op de waarde van het product of de dienst en niet alleen op vraag en aanbod. Een gezonde markt heeft gezonde marktpartijen, waarbij transacties vooral worden beoordeeld op de waarde voor beide partijen. Natuurlijk mag er best onderhandelingsruimte zijn, maar er moet voor koper en verkoper een bepaalde waarde (voldoende marge) overblijven. Overigens wordt die waarde mede bepaald door de relatie tussen beide partijen. Een slechte relatie levert per definitie een verliezer op, waarbij de sterkste partij het beste deel van de transactie naar zich toetrekt, namelijk de margecomponent. De prijs is het bewijs, is dan ook vooral een overwinningskreet geworden. Anders gezegd: wie de laagste prijs wil, hecht minder aan een goede relatie!
Onlangs had ik het met een fabrikant en distributeur over loyaliteit. Volgens hen is loyaliteit inmiddels een hard onderhandelingspunt is geworden, terwijl het eigenlijk de uitkomst van een wederzijdse prestatie zou moeten zijn. Onderdelenfabrikanten, importeurs, grossiers en garagebedrijven proberen op allerlei manieren de gewenste loyaliteit af te dwingen met afnamecontracten. Afspraken worden niet meer gemaakt op basis van vertrouwen. Er worden keiharde prestaties verlangd en afgesproken, waarbij niet (meer) wordt vertrouwd op het maximaliseren van inzet en prestatie. Eigenlijk zouden leveranciers en afnemers meer moeten geloven in de wederzijdse afhankelijkheid. Dan versterk je elkaars positie, terwijl partijen elkaar nu steeds vaker alleen maar verzwakken. De laagste prijs kan immers nooit de beste prestatie en relatie opleveren.

UNIVERSELEN WORDEN VOORBEREID OP START-STOP DOOR LEVERANCIERS

De komende jaren neemt het aantal auto’s met een start-stopsysteem toe. Leveranciers bereiden de garagisten er vast op voor. Zo blijkt er nog onwetendheid te zijn over welke vervangingsaccu je kunt gebruiken en of er diagnoseapparatuur nodig is.


In Autokompas nummer 11 informeren we de automotive aftermarket over wat hem te wachten staat en gaan we dieper in op de techniek achter start-stop systemen.
Lees het volledige artikel in de digitale editie (pdf).



http://www.veam.nl/mailings/september/Leveranciers_bereiden_aftermarket_voor_op_start-stop-systemen.pdf