Posts tonen met het label Marktontwikkelingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marktontwikkelingen. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2015

APS met 10 vestigingen en 136 medewerkers nu ook onderdeel van onze groep, goed nieuws voor medewerkers en klanten.






De Bredase AD-grossiersgroep APS, met tien vestigingen actief in Noord-Brabant, Zuid-Holland en Utrecht, is verkocht aan het Schiedamse Sator. Die laatste krijgt daarmee een stevige voetprint in met name het Brabantse, waar eerder vestigingen van Slager, Imbema (IRA) werden overgenomen. Auto Distribution Benelux uit Oosterhout verliest hierdoor de belangrijkste onafhankelijke grossier uit haar netwerk.

Sator Holding maakte vanochtend bekend, dat zij overeenstemming heeft bereikt met de aandeelhouders (bestaande uit het zittende management) van Cruiser. over de overname van de vennootschap per vier mei jongstleden. Cruiser is de houdstermaatschappij van zowel APS als van een aanmerkelijk belang in APS Autobanden b.v. Tot de groep, die werk biedt aan 136 medewerkers, behoren de tien vestigingen van APS in Breda, Tilburg, Waalwijk, Oosterhout, Roosendaal, Bergen op Zoom, Dordrecht, Rotterdam, IJsselstein en Houten. APS werd in 1947 opgericht door de Bredase familie Vriens. Het bedrijf maakte tot 1996 deel uit van Vriens Holding. Daarna werd het bedrijf overgenomen door Cruiser B.V.

De onderneming groeide zowel autonoom als door overnames van collega’s in de West-Brabantse regio en Dordrecht. Met de start van een nieuwe vestiging in Rotterdam en de recente acquisitie van Handelsonderneming De Leeuw met vestigingen in IJsselstein en Houten, groeide het aantal vestigingen naar tien. APS houdt zich bezig met de handel in onderdelen voor personenauto’s, bestelwagens, trucks, trailers, gereedschappen, garage-uitrusting, autobanden, velgen en mobiele communicatiesystemen. In Breda beschikt APS over een geavanceerde werkplaats voor inbouw en onderhoud van mobiele communicatieapparatuur t.b.v. defensie, fleetowners, lokale- en nationale overheden.

De overname kwam tot stand na een dialoog tussen het APS management en Sator waarbij duidelijk werd dat het succes van APS naar een nog hoger plan kon worden gebracht door aansluiting te zoeken bij een strategische partij als Sator, die met een sterk netwerk van eigen vestigingen en partnergrossiers de garagebedrijven in ons land optimaal kan bedienen.

Peter van Loenhout, algemeen directeur van APS: “De golf van fusies en overnames heeft de internationale, maar ook de nationale aftermarket de afgelopen jaren in een hoog tempo en structureel veranderd. Voor ons als management en aandeelhouders was het dus niet zozeer de vraag of we zouden moeten verkopen, maar vooral aan wie. Na een brede oriëntatie werd ons duidelijk dat een overname door Sator de continuïteit van de onderneming zou waarborgen. De visie van Sator op de vereiste schaalgrootte en de ontwikkelingen in de markt sluit nauw aan op de onze. Daarom zien wij de toekomst voor het bedrijf en haar medewerkers met vertrouwen tegemoet. Als managementteam zijn wij ervan overtuigd dat de overname van ons bedrijf door Sator goed is voor zowel de klanten als medewerkers.”

Adriaan Roggeveen, directielid van Sator en nauw betrokken bij de gesprekken over de overname: “De overname van APS zien wij als een enorme versterking van onze organisatie en kerncompetenties. De inbreng van APS in ons netwerk is voor ons van groot belang. De kennis en ervaring van APS op het gebied van werkplaatsconcepten, opleidingen, diagnose, elektronica en mobiele communicatie betekent een belangrijke en kwalitatieve versterking van ons netwerk, die ook op onze bestaande vestigingen z’n impact zal hebben. Wij pretenderen alleen succesvolle bedrijven met sterk management over te nemen. APS voldoet volledig aan dat profiel. Het huidige management bestaande uit de heren Marco Brinkers (commercie), Toine Brouwers (operations) en Frank Lips (financiën) zal dan ook aanblijven om de integratie van APS binnen ons netwerk uit te voeren en heel belangrijk, het bedrijf verder uit te bouwen. Algemeen directeur Peter van Loenhout zal na een gebruikelijke overdrachtsperiode het bedrijf verlaten.

“Met de acquisitie van APS komt het aantal vestigingen van ons grossiersnetwerk op 87. In de regio’s waar APS actief is opereren eveneens vestigingen van Slager, Tielman en Primaparts. Op termijn zullen wij de mogelijkheden tot integratie en efficiencyverbetering onderzoeken. Daarbij zal de dienstverlening aan onze afnemers altijd voorop staan, want het moet sneller, beter en goedkoper om overeind te blijven in de steeds concurrerender wordende Europese markt voor reparatie en onderhoud”, besluit Roggeveen.


Bron: After Sales Magazine

woensdag 4 maart 2015

SATOR INTRODUCEERT MIJNGARAGE PLUG-IN



De connected car en vooral de connected klant zijn onderwerpen waar het universele garagebedrijf niet meer om heen kan. Daarom introduceert onderdelendistributeur Sator via haar garagenetwerk Mijngarage.nl (inmiddels 1.200 deelnemende garagebedrijven) in april Mijngarage Plug-in.
Door het downloaden van de gelijknamige app, zowel bij de App Store als een Android app via Google Play, en het aansluiten van een kleine dongle-achtige blackbox, wordt een uitgebreide dataset inzichtelijk voor de consument. Informatie uit de betreffende auto – EOBDII, RF (TPMS) – en van onder andere Autotools en beschikbare public domain informatie, wordt via de smartphone en tablet getoond. De consument besluit zelf of en wanneer de data wordt gedeeld met een universele garage uit het Mijngarage-netwerk.

“De klant is volledig in control”, stelde directeur Adriaan Roggeveen van Sator, tijdens het Telematica-event van Automotive Insiders in Bunnik, waar de Mijngarage Plug-in werd voorgesteld. “Wat we willen bereiken is dat de klant door deze plug-in een hechte relatie met zijn universele garage op kan bouwen. Dat moet uiteraard van twee kanten komen en Mijngarage Plug-in is daar een belangrijke matchmaker voor.”

Wat betreft het netwerk Mijngarage.nl, verwacht Roggeveen dat door de introductie van de plug-in het aantal deelnemende garages zal toenemen tot zeker 2.000 stuks. Om de klant bij een eventueel door de Mijngarage Plug-in geconstateerde grote storing bij te staan, wordt gelijktijdig een 24/7 helpdesk opgestart. Op de vraag hoeveel consumenten zich naar verwachting zullen aansluiten, stelde Roggeveen dat er in ons land 6,5 miljoen auto’s rondrijden die potentieel aangesloten kunnen worden op Mijngarage Plug-in. “Met één miljoen daarvan ben ik al heel blij”, besloot hij de introductie.

Bron: Aftersales Magazine.

dinsdag 27 januari 2015

Grossiers Murid en ADL naar Sator, verdere uitbreiding van ons netwerk.











De RAM Automaterialengroep heeft zijn grossiersbedrijven, Murid Automaterialen in Sliedrecht en ADL Automaterialen in Dordrecht, verkocht aan Sator. De twee bedrijven gaan verder als filialen van GHS Automotive (Heuts en Slager). "De concurrentie van de grossiers die al aan Sator zijn verkocht wordt te groot in onze regio", zegt eigenaar Rook van Dalen.


De verkoop van Murid en ADL betekent niet dat Van Dalen stopt met de verkoop van automaterialen. De RAM Automaterialengroep wordt opgeheven, maar de twee bedrijven die Van Dalen ook bezit: Rovanda Handel en Techniek in Papendrecht en RBS Handel en Techniek in Groot-Ammers, gaan verder. Beide bedrijven zijn vooral actief als technische groothandel, waarbij RBS ook automaterialen in het assortiment heeft. De voorraad automaterialen in Groot-Ammers wordt volgens Van Dalen uitgebreid en het bedrijf gaat verder onder de naam Rovanda Handel en Techniek Groot Ammers.

Concurrentie
"De ontwikkelingen in automaterialenland gaan razendsnel. Een groot deel van onze concurrenten in de regio zoals Slager en Cartal Rijsbergen zijn overgenomen door Sator en ook APS is veel groter dan wij. Met Murid en ADL zitten we er middenin. Ook de garagewereld gaat op de schop. We denken dat je een behoorlijke grootte moet hebben als grossier om daar in mee te kunnen. Beide bedrijven verkopen leek ons de beste optie", zegt Van Dalen.

Murid en ADL gaan vanaf februari verder onder de naam GHS Automotive Sliedrecht en GHS Automotive Dordrecht. Inmiddels zijn de relaties en het personeel van de bedrijven op de hoogte gesteld van de overname. Volgens Adriaan Roggeveen van Sator gaan het personeel en de voorraad van ADL over naar de twee kilometer verderop gelegen vestiging van GHS Automotive in Dordrecht. De Murid Vestiging in Sliedrecht blijft open.

Bron: Automotive werkplaats.

dinsdag 20 januari 2015

Nominatie SATOR - LKQ voor "beste deal"





Onderdelendistributeur Sator-LKQ is genomineerd voor de DCFA Deal of the Year Award, een prijs voor de beste deal in 2014. De nominatie is voor de aankoop van vijf grossiersorganisaties. De verkiezing is op woensdag 21 januari.

De DCFA Deal of the Year Award wordt dit jaar voor de tweede keer uitgereikt. Het gaat daarbij niet om de omvang van de deal, maar vooral om het multidisciplinaire karakter, creativiteit en complexiteit.

De jury bestaat uit Peter Paul de Vries (Value8), Peter Rikhoff (Brookz) en Sjoerd Mol (Benvalor en bestuurslid DCFA). Zij hebben uit de inzendingen de volgende deals genomineerd:

1. Antea Participaties met de Uniekaas transactie: de aankoop van Uniekaas door Antea Participaties en het management van Uniekaas (MBO) van Parcom Capital met een bijzondere financieringsstructuur, waarbij onvoorziene omstandigheden (Rusland crisis) moesten worden overwonnen;

2. Aeternus Corporate Finance met de bedrijfsopvolging bij het familiebedrijf Janssen Beatrixhaven: de overgang naar de derde generatie van dit traditioneel familiebedrijf op het gebied van grondverzet, op- en overslag van grond en grind en materieelverhuur;

3. Dijkstra Voermans met de Sator-LKQ transactie: de aankoop van de 5 grossiersorganisaties Rijsbergen Cartal, Heuts, Slager, Primaparts en Veam, die zoveel mogelijk op gelijke voorwaarden en in korte tijd moest plaats vinden.

Tijdens de Nieuwjaarsbijeenkomst van DCFA in Utrecht, op woensdag 21 januari 2015, zal de juryvoorzitter een interview hebben met de drie genomineerden. Na aansluitend juryberaad zal direct de winnaar van de DCFA Deal of the Year Award bekend worden gemaakt.




Bron: After Sales Management

zaterdag 17 januari 2015

Verdere uitbreiding van ons landelijke netwerk: SATOR neemt AUTO-ELECTRA in Naaldwijk en Delft over.








LKQ-Sator, de onderdelenimport- en distributiegroep uit Schiedam, zet haar strategie van voorwaartse integratie onverminderd voort. De meest recente acquisitie is die van Auto Electra met vestigingen in Naaldwijk en Delft. Hiermee versterkt Sator-LKQ haar netwerk in de Randstad.

Inmiddels nadert voor het eigen grossiersnetwerk van LKQ-Sator, na de acquisitie van Auto Electra, de omzetgrens van 300 miljoen euro. En daar zal men naar verwachting de komende maanden nog wel overheen gaan. Begin dit jaar werden ook al de grossiers Piet Heijl en Schaftenaar overgenomen. Directeur Adriaan Roggeveen benadrukt, dat uiteindelijk gestreefd wordt naar een landelijk dekkend netwerk van ongeveer 70-75 eigen grossiersvestigingen.

Dat netwerk wordt overigens in bepaalde regio’s gecompleteerd met onafhankelijke grossiers die een strategische samenwerking met Sator-dochter Fource maken. De huidige eigenaren van Auto Electra vormen tevens het management team van de onderneming. Het team bestaat uit de heren Maartense, van Wijk en van den Enden, die ook op hun post blijven om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. “Wij zijn trots op de totstandkoming van deze overname omdat wij daarmee de vertrouwde kwaliteit en service niet alleen op een hoog niveau kunnen continueren, maar de komende tijd nog verder kunnen verhogen”.

Auto Electra is met haar twee vestigingen marktleider in de betreffende regio. Het bedrijf werd in 1946 opgericht in Naaldwijk en is sinds 1992 ook met een grote vestiging in Delft aanwezig. Het bedrijf telt 30 medewerkers en bedient daarmee een grote professionele klantenkring met automaterialen, banden, gereedschappen en werkplaatsuitrusting.

Roggeveen: “Met de acquisitie van het overigens zeer succesvolle Auto Electra groeit ons eigen grossiersnetwerk. In de komende maanden zullen wij nog een paar strategische overnames bekend maken waarmee we ons oorspronkelijk plan van een goede landelijke dekking dicht gaan naderen. Inmiddels overweegt een groeiend aantal groothandelsbedrijven hun activiteiten aan ons over te dragen en daarmee op te gaan in ons netwerk van grote potente vestigingen. Er ontstaat daardoor een win-win-situatie waarbij alle betrokkenen belang hebben. Het service aanbod aan de autobedrijven zal daarmee groeien naar een niveau dat tot voor kort voor onmogelijk werd gehouden. Daarmee leveren we een belangrijke bijdrage aan de efficiency in de werkplaats. Zonder die toegevoegde waarde is de rol van de groothandel overbodig.”

Bron: After Sales Magazine

vrijdag 30 mei 2014

Overname VEAM, Primaparts, Heuts, Slager en Cartal-Rijsbergen definitief.



De aangekondigde overname van vijf grote grossiers door LKQ/Sator Holding is definitief. Dit betekent dat de automaterialengrossiers Rijsbergen-Cartal, Heuts, Slager, Veam en Primaparts nu deel uit maken van Sator Holding.

Samen beschikken deze vijf bedrijven over een netwerk met 52 vestigingen met 850 medewerkers en een actuele jaaromzet van ruim 180 miljoen euro. De omzet van Sator Holding komt daarmee uit op ruim 500 miljoen euro.

Robert Wagman, President van de LKQ Corporation: “Deze overname versterkt ons distributienetwerk in Nederland en draagt bij aan de strategie die we voor Europa hebben ontwikkeld.”

Adriaan Roggeveen, ceo van Sator Holding; “De consolidatiegolf die zich binnen de automotive aftermarket in Europa aftekent was een belangrijk signaal voor een ieder die bij deze transactie betrokken was. Uitbreiding van ons netwerk naar 75 vestigingen met een landelijke dekking blijft onverkort ons doel.”

Over de voorwaarden en de prijs van de vijf overnames worden geen nadere mededelingen gedaan.

Aftersalesmagazine: 30 mei 2014.

woensdag 16 april 2014

VEAM neemt Leoparts in Almelo over.






De grossiersgroep Veam, binnenkort onderdeel van LKQ-Sator, neemt automaterialengrossier en AD-partner Leoparts uit Almelo over.

De gesprekken tussen Gerrit Veenstra van Veam, Marcel Slomp en Angelique Kunst van Leoparts, waren al een aantal maanden onderweg toen LKQ-Sator zich bij Veam melde. Gerrit Veenstra: “Dat was gelukkig geen drempel in de onderhandelingen, eerder een bevestiging van onze visie over de noodzakelijkheid van schaalvergroting in de onderdelendistributie. Het management van Veam en Leoparts ligt geheel op dezelfde lijn in de opvatting dat krachtenbundeling belangrijk is om de continuïteit voor de ondernemingen op lange termijn en de concurrentiepositie van hun klanten, de auto- en garagebedrijven, te kunnen blijven garanderen. Het nationale speelveld wordt steeds competitiever en het is voor zowel Leoparts als Veam duidelijk dat schaalgrootte nodig is om te kunnen profiteren van schaalvoordelen.”

Leoparts brengt naast dertien medewerkers een rendabele omzet van ruim drie miljoen euro mee. Alle medewerkers gaan mee over. Veenstra: “Het is weer een strategische overname die naadloos past in ons groeiplan. Leoparts is actief in een regio waar nog voldoende groeiperspectief aanwezig is en aansluit op ons bewerkingsgebied. Wat ik heel belangrijk vind, is dat de cultuur en de moraal van Leoparts hetzelfde zijn als bij Veam. Kortom, een veel belovende acquisitie waar we blij mee zijn.”

After Sales Magazine, 16 april 2014

maandag 14 april 2014

Het waarom van de overname van VEAM door Sator-LKQ door Adriaan Roggeveen





Geplaatst op: 14 april 2014 12:47, door: Jos Veldhuisen Hoofdredacteur After Sales Magazine


De overname van de automaterialengrossiers Cartal-Rijsbergen, Heuts, Slager, Veam en Primaparts afgelopen vrijdag is vooral getriggerd door de concentraties die zich in de markt aftekenen. "Iedereen kan waarnemen dat er een consolidatieslag gaande is, die zal uitmonden in minder, maar vooral grotere partijen", zegt Adriaan Roggeveen als ceo van LKQ-Sator in een exclusief gesprek met Aftersales Magazine.

“Wie de vakbladen van het afgelopen jaar heeft gevolgd, ziet een golf van overnames en concentraties. Daar kunnen wij als belangrijke marktpartij de ogen niet voor sluiten. Daarom hebben wij, gestimuleerd door onze moedermaatschappij, gekozen voor voorwaartse integratie. Dat was nodig om de duurzaamheid van ons businessmodel te waarborgen”, aldus Roggeveen.

De nu overgenomen grossiersgroepen tellen in totaal 52 vestigingen (850 medewerkers) en realiseren een omzet van ruim 180 miljoen euro. Zij nemen daarmee een groot deel van de omzet van Van Hecks Business Partner Netwerk voor hun rekening. In ons land zal vooral Adriaan Roggeveen als representant van LKQ Europe tekst en uitleg moeten gaan geven. En dat doet hij alvast met een interview in Aftersales Magazine.

De eerste vraag is de bekende open deur; waarom?

“Binnen de LKQ filosofie zien we graag korte lijnen tussen de klant en de producten en diensten die wij leveren. Grote afnemers leveren een kwetsbaar businessmodel op. De onderlinge afhankelijkheid is, voor zowel de grossier als voor Sator groot. Dat vindt onze Amerikaanse aandeelhouder nou niet bepaald sustainable. Het risico dat een belangrijke partner om welke reden dan ook onverwacht in andere handen komt, wordt dan onaanvaardbaar groot. Daarnaast is het zo dat we in de sterk concurrentiegevoelige aftermarket snel willen kunnen schakelen. En hoe korter de communicatieketen des te makkelijker dat is. Omgekeerd zagen de grossiers ook de onontkoombaarheid van consolidatie in dit marktsegment. Dat realisme leefde zeker bij de vijf die we nu overnemen. Natuurlijk denkt elke ondernemer na over andere scenario’s voor de toekomst. Dat geldt zeker voor professionele bedrijven als deze vijf. Maar ze zien in dat de concentratie die nu in LKQ verband ontstaat, de meeste kansen biedt. De uitvoering van een eigen plan B zou tot grotere risico’s en onzekerheid leiden.”

Jullie zien dus meer in een two-step businessmodel?

“Nee, bepaald niet. Het verschil tussen two-step en three-step is nogal theoretisch. Wat mij betreft is dat een verouderde discussie uit de vorige eeuw. Fysiek is er niet eens een alternatief voor three-step. De handling van de goederenstroom vereist altijd drie stappen. Een drie-stappen model kan net zo concurrerend zijn, als je het maar goed organiseert en doublures in kosten weet te voorkomen. Dat heeft Van Heck met haar Business Partner Netwerk al meer dan een halve eeuw bewezen. Wij denken dat juist een hybride model, dus een twee- en drie-stappenmodel naast elkaar, mogelijk is. Het wordt ook regionaal bepaald. In de dealerwereld bestaat dat al jaren. Pon en Louwman hebben directe controle over een belangrijk deel van hun netwerken. Ik zie niet in waarom dat in onze sector niet zou kunnen.”

Een jaar geleden werd de strategie van nu nog ontkend?

“Klopt, toen keken we er ook nog anders tegen aan. De veranderingen en schaalvergroting in Europa gaan echter razendsnel. Om ons heen worden de krachten gebundeld. In de Benelux en Engeland lijkt LKQ wel groot, maar in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen en Scandinavië zijn er inmiddels nog veel grotere grossiersgroepen actief. Het is te verwachten dat de relatief kleine Nederlandse aftermarket uiteindelijk ook het doelwit wordt van grossiersgroepen uit bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk of Zweden. Die partijen willen we, wat betreft de acquisitiemogelijkheden, nu een stap voor zijn. Niet de sterkste, maar degene die zich het beste aanpast aan veranderende omstandigheden, zal overleven. Was het niet Darwin die dat beweerde?”

Wat levert dit het auto- en garagebedrijf eigenlijk op?

“De reparatie- en onderhoudsmarkt wordt structureel kleiner. Een veranderend autogebruik en een hogere kwaliteit zorgen voor een continue druk op de aftersalesactiviteiten. Omdat er relatief veel werkplaatsen zijn, wordt de concurrentie heviger en gaat als gevolg daarvan de prijsdruk omhoog. Een gevolg van de economische wet van vraag en aanbod. Tegelijkertijd moet je investeren in een hogere servicegraad, de onderdelenbeschikbaarheid, trainingen, online activiteiten en marketing. En als straks de telematicaconcepten zich aandienen ben je als grote partij eerder in staat om de consument het gewenste verhoogde serviceniveau te bieden. Dat geldt overigens voor zowel garagebedrijven als grossiers. Door de keten grotendeels in één hand te houden kan hier synergievoordeel worden gerealiseerd. En dat komt ten goede aan het auto- en garagebedrijf. We maken daarmee het garagebedrijf sterker in de strijd om de werkplaatsklant.”

De 52 grossiersvestigingen dekken niet de totale markt. Betekent dat meer overnames?

“Jazeker. We hebben nog zeker een twintig vestigingen nodig om een landelijk dekkend netwerk te completeren. Wie de landkaart met onze geografische spreiding bekijkt zou gemakkelijk conclusies kunnen trekken, maar een goede relatie met een regionale speler hoeft niet per se te betekenen dat we daar met een eigen vestiging vertegenwoordigd willen zijn. Overigens is er de laatste tijd sprake van een permanente stroom van bedrijven die zich aanbieden voor overname. Er zitten dus ook al een paar potentiële overnames in de pijplijn. Vroeger brachten wij die steeds onder bij anderen uit ons Business Partner Netwerk, maar daarmee neemt onze kwetsbaarheid toe”.

Waarom deze vijf grossiersgroepen?

“Om te beginnen zijn het allemaal bedrijven van naam en faam. Bedrijven die binnen de cultuur passen die we in de afgelopen jaren samen ontwikkeld hebben. Met deze automaterialengrossiers zijn we nu rond. Daar gaat nu het Due Diligence onderzoek (boekenonderzoek, red.) van start. Als beursgenoteerde onderneming met een Amerikaanse moeder, moeten we de financiële en juridische aspecten van de overname loepzuiver in beeld hebben. Er lopen daarnaast gesprekken met een paar andere partijen. Maar door te wachten komt er wellicht een geruchtenstroom op gang over de ondernemingen waar we rond mee zijn, en dat willen we vóór zijn.”

“Overigens blijven Heuts, Slager, Cartal- Rijsbergen, Primaparts en Veam op de gebruikelijke manier de markt bewerken. Gewoon met hun eigen identiteit en naam. Natuurlijk zullen ze gezamenlijk gaan zoeken naar synergie en gebruik maken van de best practises binnen de groep. Maar vertrouwde namen en beeldmerken zullen gewoon blijven. Het management van deze bedrijven heeft zich gecommitteerd om op hun post te blijven en samen te bouwen aan de uitdagingen die markt brengt.”

Kunnen jullie iets zeggen over de overnameprijs?

“Daar doen we geen mededelingen over. Dat is ook afgesproken met de verkopers. Wie daar nieuwsgierig naar is, adviseer ik de jaarcijfers van LKQ over 2014 te analyseren. De transparantie voor beursgenoteerde ondernemingen in de VS is immers enorm.”

Wat wordt de positie van de andere grossiers uit jullie diverse netwerken?

“Die blijft hetzelfde. Nu al opereren we via verschillende netwerken. Het gaat er ons voornamelijk om, samen met hen, concurrerend te zijn ten opzichte van andere marktpartijen. Dat geldt ook voor hun klanten, de auto- en garagebedrijven. We willen iedere schakel in de keten, richting werkplaatsklant, versterken.”

Welke reactie verwachten jullie van de concurrentie?

“Wat wij doen is eigenlijk een reactie op wat potentiële concurrenten in het buitenland aan het doen zijn. In Nederland denk ik dat de schaalvergroting nu een stimulans krijgt en dus verder door zal zetten. Ik denk dat wat wij nu doen, iets is waar anderen aan denken of al mee bezig zijn. De geluiden die ik opvang over concentraties bij Brezan en AD wijzen ook in die richting. Overigens volkomen begrijpelijk en waarschijnlijk onvermijdelijk. Dat wij nu als eerste de grote stap zetten past binnen onze bedrijfscultuur. Daar was door de jaren heen het credo : zorg dat het gebeurt en vermijd dat het je overkomt. Voorop lopen bij ontwikkelingen zit in onze genen.”

Welke rol blijft er over voor het resterende deel van het Business Partner Netwerk?

“Dat ligt deels aan de grossiers zelf. Zij kunnen met onze support uiteraard hun regionale slagkracht behouden en versterken. Anderzijds is het een optie dat zij of een deel van hen, zich bij ons eigen netwerk aansluiten. Voorop staat dat we met z’n allen – garagebedrijf en grossier – een sterke positie ten opzichte van de concurrentie gaan innemen. Nogmaals, de markt groeit niet meer, dus zal de druk toenemen. Daar kan je op wachten of proactief op inspelen.”

Zijn er gevolgen voor de werkplaatsconcepten waarmee Sator en de Vrooam afspraken hebben?

“Ons doel is om de auto- en garagebedrijven die klant van ons netwerk zijn, te versterken. Dat geldt ook voor de ondernemers binnen de diverse werkplaatsconcepten die we ondersteunen. Tenslotte hebben wij er alle belang bij dat onze klanten groeien door een betere marktpositie.”

Gaan jullie nu ook garages overnemen, bijvoorbeeld een ketenconcept?

“Een leuke gedachte, maar dat lijkt me echt een brug te ver. Het gaat ook te ver om ons van zelfmoordneigingen te verdenken. Stel die vraag in 2030 nog maar eens aan mijn opvolgers.”

Komt er voor de overgenomen grossiers een uniforme naamgeving?

“Nee zeker niet. Het zijn zonder uitzondering klinkende namen met een grote waarde. Het zou dom zijn om het jarenlang opgebouwde imago opzij te zetten. Overigens is dat ook de algemeen heersende opvatting binnen LKQ. Van de 180 overnames die zij sinds 1998 realiseerden, operen de meeste bedrijven nog gewoon onder hun vertrouwde naam.”

Hoe lang heeft het overnameproces geduurd?

“Relatief kort, want iedereen die de aftermarket volgt, weet dat je gezien de internationale concurrentie die aanstaande is, niet te lang om de hete brij moet blijven draaien. Bovendien zagen we in sommige landen de overnametrend in een stroomversnelling komen. Zowel voor de overgenomen grossiers als voor LKQ was het zaak de regie over de eigen toekomst in de hand te houden en snel tot zaken te komen.”

Zal LKQ ook in België of Frankrijk deze overnamestrategie gaan volgen?

“Dat kan, maar je kunt niet in alle landen dezelfde manier van werken of distributiemethodiek hanteren. Ik sluit overnames niet uit, maar het is geen must. Ook in andere landen zijn overnames mogelijk. Bij LKQ staat de radar altijd aan.”

zondag 13 april 2014

The morning after..... door Jos Veldhuizen







Door Jos Veldhuisen hoofdredacteur After Sales Magazine.
De week eindigde met een donderslag bij heldere hemel. Na een te warme winter nu een stormachtig begin van de zakelijke lente. Vijf grote grossiers worden overgenomen door de Amerikaanse overnamestrategen van LKQ.

Deze overname van de vijf grote grossiers uit het Vroaam-netwerk door LKQ-Sator was gisterenmiddag natuurlijk de grote nieuwsbom in de autobranche, specifiek de aftermarket. De keuze voor een voorwaartse integratie is natuurlijk niet nieuw, Brezan werkt al zo. Toch zet de overname van Heuts, Slager, Cartal-Rijsbergen, Veam en Primaparts de branche als geheel op scherp. Want een kortere keten betekent ook sneller schakelen naar auto- en garagebedrijven. Samen beschikken de vijf automaterialengrossiers over een netwerk van 52 vestigingen met 850 medewerkers en een actuele jaaromzet van ruim 180 miljoen euro. De omzet van Sator Holding komt daarmee uit op ruim 500 miljoen euro. En de overnames gaan door, want Adriaan Roggeveen stelde gisteren dat op korte termijn een netwerk van 70-75 vestigingen het doel is.

De overname is ongetwijfeld gestimuleerd door concentraties die zich in de markt aftekenen. Zowel nationaal als internationaal is er een consolidatieslag gaande of in voorbereiding. Dat zal ongetwijfeld uitmonden in minder, maar vooral grotere partijen. Met de overname kiest Sator (moedermaatschappij van o.a. Van Heck, Havam, Kühne en Harrems) voor een hybride businessmodel, want naast het eigen two-step netwerk blijft een breed net van zelfstandige groothandelsbedrijven beleverd worden (three-step distribution). Belangrijk is de boodschap dat door de keten grotendeels in één hand te houden, er synergievoordeel (lees dit ongetwijfeld ook als prijsvoordeel) wordt gerealiseerd. Wat ten goede komt aan het auto- en garagebedrijf.

"We maken het garagebedrijf sterker in de strijd om de werkplaatsklant", stelt Roggeveen. Kortom, op veel kantoren zal de komende week de strategie worden geëvolueerd.



vrijdag 11 april 2014

VEAM vormt samen met Heuts, Slager, Cartal Rijsbergen en PrimaParts nieuwe grossiersketen van 52 vestigingen met bijna landelijke dekking.



P E R S B E R I C H T

Sator-LKQ kiest voor voorwaartse integratie in Nederland

Sator Holding heeft overeenstemming bereikt met de aandeelhouders van Cartal-Rijsbergen, Heuts, Primaparts, Slager en Veam over de overname van deze groothandelsbedrijven. Samen beschikken deze vijf bedrijven over een netwerk met 52 vestigingen waarin 850 medewerkers werkzaam zijn en waarin een omzet van ruim 180 miljoen Euro per jaar wordt gerealiseerd. Over de overnameprijs wordt geen mededeling gedaan.

Sator Holding behoort sinds Mei 2013 tot het op de Nasdaq genoteerde LKQ, een Automotive Aftermarket toeleverancier met een omzet van meer dan vijf miljard dollar. Binnen Europa behoort ook het Britse EuroCarParts tot LKQ.

De overname kwam tot stand na een intensieve dialoog tussen Sator en een aantal van haar grootste afnemers in Nederland. Daarbij werd duidelijk dat de wederzijdse afhankelijkheid groot was en zagen alle betrokkenen in dat deze vorm van “voorwaartse integratie” voor de hand liggend was voor zowel Sator als de betrokken bedrijven. “De consolidatiegolf die zich momenteel binnen Europa aftekent was een belangrijk signaal voor een ieder die bij deze afweging betrokken was” aldus Adriaan Roggeveen, CEO van Sator Holding.

Hybride business model

Met de overname kiest Sator (moedermaatschappij van o.a. Van Heck, Havam, Kühne en Harrems) voor een hybride business model, waarbij naast het eigen netwerk (two-step) ook een breed net van zelfstandige groothandelsbedrijven wordt beleverd (three-step distribution). Adriaan Roggeveen, benadrukt dat de discussie over een twee-staps en een drie-staps business model nogal theoretisch is. “Voor zover het om de fysieke distributie gaat is er in beide gevallen sprake van drie stappen (Fabrikant-Warehouse Distributor- Grossier-Garage)”, aldus Roggeveen.

Vertrouwde namen blijven bestaan

Cartal-Rijsbergen, Heuts, Primaparts Slager en Veam zullen als vanouds onder hun eigen naam zelfstandig blijven opereren. Dat strookt volledig met de traditie binnen LKQ, waar het leeuwendeel van de 180 overgenomen bedrijven sinds 1998, nog steeds onder haar oorspronkelijke naam opereert. Dat geldt overigens ook voor het management, dat binnen de door LKQ overgenomen bedrijven op haar post blijft. “Het management van de vijf Nederlandse ondernemingen heeft zich zonder uitzondering gecommitteerd om aan te blijven en gezamenlijk te bouwen aan nieuwe uitdagingen en kansen”, aldus Adriaan Roggeveen. De vijf bedrijven zullen uiteraard wel gezamenlijk zoeken naar synergie en hun “best practices” delen.

Verder groeien van 52 naar 75 vestigingen

De vijf overgenomen bedrijven zijn met hun 52 vestigingen goed gespreid over Nederland. Sator streeft ernaar het netwerk op korte termijn uit te breiden met 20-25 vestigingen, om daarmee een volledige geografische dekking in Nederland te realiseren.

België en Frankrijk

Er bestaat geen concreet voornemen een dergelijke consolidatieslag ook in België en Frankrijk te maken. “Daarvoor verschillen deze markten teveel van de Nederlandse situatie. “Met name in België is er sprake van een groot aantal kleinschalige groothandelsoutlets. Daar stimuleren en faciliteren wij juist onze Business Partners om door overnames van regionale spelers de stap naar grootschaligheid te maken”, aldus Roggeveen.

Closing

Partijen streven ernaar de transacties vóór 30 Mei 2014 af te ronden. De vereiste meldingen en adviesaanvragen bij de ACM (Autoriteit Consument & Markt) en werknemersvertegenwoordigingen zijn in gang gezet. Met het boekenonderzoek is eveneens een aanvang gemaakt.

woensdag 5 maart 2014

Foto impressie vestiging Raalte





Showroom



Indruk van 2300 m2 magazijn en showroom



Automaterialen, automaterialen en gereedschappen



Kantoor



De inrichting van de Toolshop



Gedore gereedschappenwand

maandag 3 maart 2014

Verhuizing VEAM Raalte ook een feit, collega's gefeliciteerd en bedankt!



Na de verhuizing van VEAM Bedego in december naar de nieuwe locatie in Raalte is het afgelopen weekend ook de vestiging Raalte verhuisd. Op de Acacialaan bieden wij nu een ongekend breed en diep assortiment voor alle professionele doelgroepen.

De verhuizingen hebben heel wat gevraagd van onze teams. "Tussen de bedrijven door" is net iets teveel gezegd, maar de business ging normaal door zodat onze klanten weinig tot geen hinder hebben ondervonden.

Een compliment is meer dan op z'n plaats, het is klasse wat er gepresteerd is! Iets om trots op te zijn. Dit geldt ook voor de leveranciers die ons met veel enthousiasme gesteund en geholpen hebben.

Wij hebben er alle vertrouwen erin dat de samenvoeging grote voordelen voor onze klanten zal hebben, in de hele regio wordt een dergelijk assortiment niet geboden.

In mei wordt een open huis georganiseerd om het een en ander aan de klanten te tonen en het heffen van het glas op de goede afloop van deze berenklus en het succes voor de toekomst zal zeker niet ontbreken.

Onderstaand een aantal foto's van de verhuizing van het pand van KAWE naar het pand van voorheen Karwei.

Zie ook: http://veamblog.blogspot.nl/2014/03/foto-impressie-vestiging-raalte.html

http://veamblog.blogspot.nl/2013/11/veam-oosterlaar-en-veam-bedego.html 

http://veamblog.blogspot.nl/2013/12/inrichting-nieuwe-locatie-raalte.html



Met de telefoonontvanger op het hoofd, bellen, verhuizen en eten.



Lege vakken, dat is op de Acacialaan wel anders..


Ontmantelde showroom


Zeer binnenkort meer foto's, maar dan van de nieuwe locatie.

woensdag 26 februari 2014

Lorch heeft wereldpremière met lassen aan de accu op Techni-Show 2014




Noordwijk, 24 februari 2014.

Lorch heeft met de accu variant van zijn elektrodenlasapparaat Lorch MicorStick 160 een wereldpremiere. Deze lascombinatie last op het 230 V lichtnet en met het bijbehorende accupack MobilPower 1 met Lithium Ion hoogvermogen accu's voor het lassen met wel 21 beklede elektroden. Hierdoor is het mogelijk op plekken te lassen waar een aansluiting op het lichtnet ontbreekt.

'Een prototype van deze accu variant werd op de beurs Schweissen und Schneiden in Essen reeds getoond. Maar met de introductie op de Techni-Show wordt deze lascombiatie vanaf medio maart Europabreed leverbaar', vertelt Michael Jak, directeur van Lorch. 'Vanaf die datum hebben al onze leveranciers in Nederland (en België) een starterspakket zodat ze demonstraties kunnen geven.'

Geen verstand van accu's

'We liepen al wel langer met dit idee maar dat was tot nu toe niet uitvoerbaar vanwege de mogelijkheden van de accu. Dat liep vast op het vermogen, gewicht en prijs van de accu's', weet Jak. 'Wij weten alles over lasapparatuur, maar hebben geen kennis van accu's. Daarom zijn we op accugebied een samenwerking aangegaan met Sanyo (onderdeel van Panasonic). Dat resulteerde in het accupack MobilPower 1, die een stuk lichter is en een hoog vermogen kan leveren. Qua vermogen kun je de MobilPower 1 vergelijken met 40 maal de kracht van een tegenwoordige accuboormachine. En het gewicht van de accupack bedraagt slecht 7 kg, samen met de 5 kg van de Lorch MicorStick 160 bedraagt het gewicht van de combi 12 kg', rekent Jak voor. Door dit relatief lage gewicht is het draagbaar en kan het op de rug worden meegedragen (zie foto).

'Tot slot over de prijs, deze accu variant is geen goedkope oplossing maar altijd nog een stuk goedkoper dan een generator', aldus Jak.

Lassen aan de accu

De gepatenteerde Micor-invertertechnologie van het elektrodenlasapparaat MicorStick garandeert een stabiele en drukvolle vlamboog voor de beste lasresultaten aan 230V lichtnet - ook bij grote netschommelingen of gebruik aan de generator. MicorStick verbonden aan het krachtige accupack van Lorch maakt lassen zonder 230V lichtnet of generator mogelijk.

Met de accu variant kan de MicorStick 160 zowel op het 230V lichtnet als aan de accupack MobilPower 1 worden aangesloten. De Lithium Ion hoogvermogen accu's in de MobilPower 1 leveren de stroom voor het lassen van 21 beklede elektroden met een diameter van 2,5 x 350 mm en ongeveer 9 beklede elektroden van 3,2 x 350 mm.

Of de MicorStick 160 nu aangesloten is aan het 230V lichtnet of aan de MobilPower 1, de stroombron herkent dit automatisch en regelt de gevraagde lasstroom. De MobilPower 1 kan binnen 3 uur worden opgeladen aan het 230V lichtnet met de MobilCharger, met en is met een gewicht van slechts 6 kilogram gemakkelijk te transporteren.

Lorch staat op de Techni-Show 2014 in hal 10, stand C023.





maandag 27 januari 2014

Dezentjé: "Blijf uit comfortzone nu economie aantrekt"

"Nu er weer wat groei in de economie zit, is het aanlokkelijk rustiger aan te doen met bezuinigen en hervormen. Maar pas op voor achterover leunen."

"Aan het begin van het nieuwe jaar kijken we achterom en spreken de onzekere verwachting uit dat het nieuwe jaar voorspoed brengt. Niet raar dus dat de vele mediaberichten de afgelopen weken gaan over hoop op economisch herstel. Maar we moeten ons niet in slaap laten sussen. We zijn in een nieuwe economische realiteit beland, waarin innoveren en hervormen meer dan ooit nodig is.

Bedrijven durven weer te investeren, steeds meer burgers halen de hand van de knip en het vertrouwen van ondernemers en gezinnen in de economie groeit met de dag. De AEX breekt door de 400 puntengrens. In het verleden was herstel op de beurs vaak een voorbode voor herstel van de reële economie. Het Sociaal en Cultureel Planbureau vatte de stand van het land kernachtig samen: Nederlanders zijn minder somber over de economische toekomst.

Na jaren economische malaise, hervormingen en miljardenbezuinigingen snakken we naar positieve berichten over onze economie. Het is tijd om hoopvol vooruit te kijken en dit lijkt niet ongegrond. Ook bij mijn achterban, de technologische industrie, geven diverse indicatoren aan dat herstel in het verschiet ligt. Uit de FME-conjunctuurenquête blijkt dat ondernemers in de technologische industrie verwachten dat er medio 2014 weer sprake is van economische groei. De recente NEVI-inkoopmanagersindex lijkt dit te ondersteunen: de Nederlandse industrie maakte in december de meest forse groei door sinds april 2011.

Ik kijk vol vertrouwen naar de toekomst. Maar ik negeer waarschuwende signalen niet. Het Centre for Economics and Business Research voorspelt dat onze economie van de achttiende plek wereldwijd nu, afglijdt naar plaats 30 in 2028. Het is toekomstkijken, maar een belangrijk signaal. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelde in een lijvig rapport over de verdienkracht van de economie ook al dat het voor Nederland ‘tijd is om uit de comfortzone te stappen’.

De WRR heeft gelijk: we zijn in een nieuwe economische realiteit beland en daar moeten we niet te makkelijk over denken. Het groeivermogen wordt steeds meer bepaald door innovatiekracht, de tucht van internationale markten en het vermogen van bedrijven om daar snel en flexibel op in te spelen.

We kunnen het ons niet veroorloven om stil te staan en toe te kijken hoe de wereld om ons heen verandert. Maar ik vrees dat we, met zicht op economisch herstel en moe van bezuinigingen en hervormingen, achterover gaan leunen en in slaap sukkelen. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht is het gevaar groot dat politici het beginnende herstel aangrijpen om noodzakelijke hervormingen te verzachten of zelfs uit te stellen. Het herstel is broos en echt niet in elke sector of elk bedrijf gaat het goed. Belangrijker nog: er wachten grote structurele opgaven om het ook in de toekomst te redden als land.

Doorpakken met hervormen is geen vraag, het is een noodzaak. Ik denk dan bijvoorbeeld aan heuse stappen maken met innovatiegericht inkopen door de overheid. De overheid kan veel meer dan nu haar rol als eerste gebruiker van nieuwe producten en technieken pakken. Deze machtige inkoper neemt een grote diversiteit aan producten af: van straatverlichting tot veiligheid via ICT-systemen en van nieuwe gebouwen tot voertuigen. Je hoeft niet traditioneel in te kopen, je kunt ook een deel van de middelen inzetten voor wat risicovoller investeringen. Dat vraagt om lef en visie, maar juist dát is een belangrijke stimulans voor innovatie.

Ook is het zaak dat er een moderniseringsslag wordt gemaakt bij de totstandkoming van collectieve arbeidsvoorwaarden. Voor het draagvlak van dit soort afspraken is het noodzakelijk dat alle werknemers, ook de jongeren, zich optimaal vertegenwoordigd voelen. Daar moeten we ons hard voor maken. Daarnaast moet, om snel en flexibel te kunnen inspelen op de nieuwe economische realiteit, optimaal ruimte worden geboden aan maatwerk voor bedrijven en werknemers.

En om in de eredivisie van de export te blijven meespelen, moet echt werk worden gemaakt van een gelijk speelveld op exportfinancieringsgebied. Nederlandse kapitaalgoederenexporteurs verliezen structureel concurrentiekracht zolang andere landen hun bedrijven aantrekkelijker financieringscondities aanbieden.

Om te zorgen dat we een speler van formaat op de wereldmarkt blijven, moeten we blijven hervormen en volop ruimte blijven geven aan innovatie."


Dit opinieartikel van FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink is gepubliceerd in de Nederlandse regionale dagbladen.

dinsdag 7 januari 2014

Ontzorgen komt in 2014 tot wasdom



Selfie is gekozen tot woord van het jaar 2013. Dit is een gefotografeerd zelfportret, meestal gemaakt met een digitale camera of een smartphone. Hierbij is de foto genomen door de persoon die erop afgebeeld staat. Eén van de kenmerken is dat op de foto te zien is dat de persoon die is afgebeeld de camera vasthoudt. Het gebruik is vooral populair bij jongeren.

Wat de redactie van Vraag en Aanbod betreft is er ook een woord binnen de maakindustie dat eruit springt. We hebben dan ook gemeend om ‘ontzorgen' tot het maakwoord van 2013 uit te roepen. Zonder enige twijfel overigens. We kwamen het woord ontzorgen in elk geval stelselmatig tegen in de gesprekken met ondernemers tijdens onze oliebolleninterviews, eind vorig jaar.

De dames en heren ondernemers noemden steevast dat ontzorgen een van de belangrijkste speerpunten is binnen hun onderneming. Doorvragend kom je dan bij de opzet en aanpak richting de opdrachtgevers, de klanten.

Met stuk voor stuk goede praktijkvoorbeelden mag worden geconcludeerd dat de ondernemers het woord ontzorgen meer dan waar maken. De klant centraal stellen en zijn probleem het jouwe maken, het lijkt zo voor de hand liggend. Toch zien we dat bedrijven hiermee de afgelopen jaren behoorlijk hebben geworsteld. Het ligt natuurlijk ook aan wat de klant wil.

Is ontzorgen nu een ordinair modewoord met een prachtige betekenis of heeft het daadwerkelijk inhoud. Binnen de Nederlandse maakindustrie hou ik het vooral op het laatste.

De term ontzorgen is niet nieuw. Het woord wordt vaak gebruikt om mensen te ontlasten van zorgen die te maken hebben met administratie, lastige procedures, regels die het leven gemakkelijker maken. Maar nu komen we het dus ook veel tegen in de maakindustrie. De klant ontzorgen in de breedste zin van het woord. Meedenken, meedoen, snel schakelen, er dus bovenop zitten. Dit wil - en eist - de klant van tegenwoordig. En het uiteindelijke resultaat moet en ook nog perfect uitzien.

Kortom, in 2014 lijkt het ontzorgen zich door te gaan zetten en zal volledig tot wasdom komen.

Blog Rolf Elling, hoofdredacteur vraag en Aanbod.

maandag 23 december 2013

Veel te kiezen in 2014


Zo tegen het einde van het jaar is het een goede gewoonte geworden om terug te blikken. Ik doe dat niet. Ik kijk liever vooruit. Want 2014 is – zoveel staat nu al vast – een belangrijk jaar voor de technologische industrie. Er is namelijk nogal wat te kiezen.

Om te beginnen gaan we op 19 maart naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik hoor u nu al denken: FME en lokale belangenbehartiging? Helaas zien we dat veel gemeenten in toenemende mate liever een woon- en leefgebied dan een werkgebied zijn. Bedrijven dreigen de klos te worden van het kennelijke streven grote delen van Nederland om te bouwen tot bungalowpark. Daar moeten we een stokje voor steken. De industrie verdient het geld tenslotte voor dit land.

Ik geef u graag een voorbeeld van wat we zoal tegenkomen. Onlangs presteerde de gemeente Schiedam het om Huisman, wereldvermaard ontwerper en bouwer van heavy construction equipment, tegemoet te komen als het ging om de toegestane hoogte van een nieuwe bedrijfsloods. De hal, noodzakelijk om aan de wereldwijde vraag te voldoen, mocht slechts een beperkte hoogte hebben vanwege het lokale beleid. Ook de vergunningaanvraag duurde onmetelijk lang. Zo gaan lokale overheden om met bedrijven die soms al decennia in een gemeente zijn gevestigd. En op die manier jagen we bedrijven die van essentieel belang zijn voor onze verdienkracht uiteindelijk het land uit. Dat kan niet de bedoeling zijn.

De gemeenten nemen op meer terreinen een belangrijke positie in. Zo kunnen ze (net als andere overheden overigens) een rol vervullen als innovatief inkoper van technologieën en technologische producten die helpen maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen op te lossen. Ze kunnen bij aanbestedingen bijvoorbeeld toetsen of het inkoopproces uitgaat van de laatste stand der techniek. Gemeenten zouden samen vervolgens fondsen kunnen creëren om de (over de levensduur overigens minimale) risico’s van innovaties af te dekken of te beperken. Het moet toch mogelijk zijn dat gemeenten hun gemeentehuis energieneutraal maken?

FME gaat de komende maanden echt de boer op om deze kwesties aan de orde te stellen. Daarbij nemen we ook mee dat in nog te weinig Nederlandse gemeenten sprake is van deugdelijk expatbeleid. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn op de goede weg. Zij hebben gezorgd voor bijvoorbeeld internationaal georiënteerd (basis)onderwijs en goede, gemeentelijke informatievoorziening in buitenlandse talen of tenminste in het Engels. Het is belangrijk dat internationale kenniswerkers zich hier thuis voelen. We hebben ze de komende jaren harder nodig dan ooit tevoren. Gemeenten móeten hier harder aan trekken.

In de eerste regels van dit bericht schreef ik al dat er komend jaar nogal wat te kiezen valt. Behalve een nieuwe gemeenteraad (in het overgrote deel van het land) in maart kiezen we op 22 mei een nieuw Europees Parlement. Ook dat is voorwaar geen kinnesinne. Ik ben uitgesproken voorstander van een verenigd en vrij Europa. Maar net als iedereen huiver ik bij de gedachte aan een bestuurlijke moloch die zich overal tegenaan bemoeit.

De laatste tijd zien we daar toch weer iets teveel tekenen van. Plannen voor een Europees minimumloon om een gelijk speelveld te creëren, ideeën over één Europese WW en één Europees standaardarbeidscontract voor onbepaalde tijd; het kan zo de prullenmand in. Als zowel werkgevers als werknemers het over één ding eens zijn, dan is het dat steeds meer behoefte aan maatwerk op micro-economisch niveau ontstaat. Nóg meer Europese regelzucht en bureaucratie is in dat verband funest.

Een sterk Europees industriebeleid is nodig. Maar nu al zien we in veel sectoren dat de marges van Europese bedrijven in de competitie met concurrenten uit andere werelddelen volledig worden ‘opgevreten’ door de administratieve lastendruk. Dáár moet Europa iets aan doen. Niet door meer regels op te leggen, maar door een situatie te creëren waarin bedrijven de ruimte krijgen om te innoveren en te ondernemen. Als we duurzame en structurele economische groei willen creëren, dan is dat keihard nodig.

Wat ik al zei: er valt genoeg te kiezen in 2014.

Bron: Mevr. mr. I. Dezentjé Hamming-Bluemink voorzitter FME-CWM

donderdag 5 december 2013

Regeldrukdrukdruk


December is een mooie maand, de tijd van Sinterklaas en kerst en dus van verlanglijstjes. En ik weet wat hoog op het verlanglijstje van de ondernemer staat: vermindering van regeldruk. Al vele jaren geven de FME-leden – in elke enquête opnieuw – aan dat administratieve lasten en rompslomp voor hen nog steeds probleem no. 1 is. En dat is geen wonder. Wat voorbeelden van onmogelijke en onzinnige regels:

De Europese regelgeving rond gevaarlijke stoffen (REACH) verplicht producenten aan de klant door te geven hoeveel microgram van een gevaarlijke stof in een product voorkomt. Dat betekent ook dat je bij iedere afzonderlijke toeleverancier om die informatie moet gaan vragen, of het nu om een rubber ringetje gaat of om een gegalvaniseerde buis. Bij een apparaat met 100 onderdelen, waarin 60 verschillende stoffen zijn verwerkt, die door 30 verschillende toeleveranciers, ook van buiten de EU, worden geleverd, is de kans dat je volledige (juiste) informatie ontvangt nihil. Kortom, een belachelijke verplichting. Het is onuitvoerbaar en onzinnig. Er wordt namelijk geen enkel verschil gemaakt tussen productgroepen. Neem weekmakers. In een speen kunnen die gevaar opleveren, in een fietszadel is er geen enkel veiligheidsrisico. Waarom toch speen en fietszadel over één kam geschoren? Let wel: het bijhouden van zo’n administratie kost onze leden jaarlijks zo’n 75 miljoen euro!

En dan nog zo een waarin de regelgeving doorslaat: de wet rampen en zware ongevallen (WRZO). Waarom scheren we alle WRZO-bedrijven over één kam? Het kan toch niet zo zijn dat bedrijven met een milieurisico door veiligheidsregio’s gedwongen worden om, net zoals bedrijven met een groot brand- en ontploffingsrisico, een eigen bedrijfsbrandweer op te tuigen?! Veiligheid vind ook ik, net zoals deze bedrijven heel belangrijk, maar de regelgeving schiet haar doel voorbij. We zadelen kleine bedrijven op met een buitenproportionele last om een eigen brandweer in te richten. Ik voel veel meer voor samenwerking met de regionale brandweer, om zo de expertise van brandweer en de bedrijven te bundelen. Dan kunnen zij samen de veiligheid borgen.

Den Haag belooft al jaren de regeldruk te zullen verminderen. Het resultaat? Dat is ronduit bedroevend. Het is de hoogste tijd dat die politieke beloftes worden nagekomen. Maar dan geen waterbed-constructie: niet op rijksniveau regels schrappen om ze op provinciaal dan wel gemeentelijk niveau weer terug te krijgen. Daarnaast moet Nederland alert zijn op de niet te stuiten regeldrift vanuit Brussel.

Deze week sprak ik uitgebreid met Jan ten Hoopen, de voorzitter van Actal (Adviescollege Toetsing Regeldruk), in wie wij een medestander hebben gevonden. En ik sluit me volledig aan bij de door deze waakhond voorgestelde aanpak: een sectorscan die voorbeelden moet opleveren van problemen. De sectorscan Metaal heeft al geresulteerd in vele tientallen concrete voorbeelden van regeldruk die snel en drastisch moeten worden aangepakt.

Uiteraard er zijn regels nodig om op een goede manier met elkaar te kunnen samenleven. Maar laten we er met elkaar voor zorgen dat we niet iets gaan regelen om het regelen. Regels moeten een duidelijk doel dienen en uitvoerbaar zijn. Ik word niet moe om Haagse en Brusselse beleidsmakers daar keer op keer op te wijzen. Maar eigenlijk is het een schandaal dat dit nog steeds nodig is.


Bron: Mevr. mr. I. Dezentjé Hamming-Bluemink voorzitter FME-CWM


Inrichting nieuwe locatie Raalte perfect op schema.






De inrichting van het project Raalte ligt perfect op schema. Het stellingenplan is indrukwekkend te noemen.

Volgende week wordt gestart met de verhuizing van Deventer. Per 1 januari of eerder is het team van Deventer actief in Raalte.


maandag 2 december 2013

Mooie vooruitzichten Nederlandse Industrie

Mooie vooruitzichten Nederlandse industrie. De productie van alle takken van de Nederlandse industrie trekt volgend jaar verder aan; de sectoren die zich op het buitenland richten voorop. Dat voorspelt ABN Amro in een dinsdag verschenen sectorrapport. De industriële productie groeit volgens de bank in 2014 met in totaal 2 procent. Het jaar daarop komt de expansie uit op 3 procent, voorspellen de economen.


Foto: www.roeldijkstra.nl

De Nederlandse industriële productie groeide in september, na 8 maanden van krimp, met bijna 10 procent. „ABN Amro gaat ervan uit dat de omstandigheden in de industrie in de komende maanden verder zullen verbeteren.”

De groei wordt volgens de bank vooral gestuwd door een sterke toename van het aantal buitenlandse orders voor transportmiddelen, machines en metaalproducten. De ABN-economen voorzien dat dit zich in een wat later stadium zal vertalen in hogere bedrijfsinvesteringen en aantrekkende werkgelegenheid.

De eurozone laat in 2015 een „bescheiden herstel” zien. „Veel landen zullen profiteren van de aantrekkende wereldhandel en de verwachte koersdaling van de euro”, aldus ABN Amro. Vooral de export naar landen als China, Rusland en Brazilië zit in de lift.

Ook de economen van ING voorspellen dat de industrie in Nederland met 2 procent groeit, geholpen door herstel in de maakindustrie. „De industriële export is de drijvende kracht achter het herstel, waarbij juist de Europese bestemmingen het opvallend goed doen”, liet het economische bureau vorige week al weten.

ING verwacht voor dit jaar nog een industriële krimp van 1,2 procent.

Bron: De Telegraaf

woensdag 27 november 2013

Voorbereiding verhuizing Raalte en Deventer in volle gang.

Sinds een week zijn de aannemer en de magazijnbouwer al aan de slag om het nieuwe stek in Raalte in te richten voor de verhuizing en samenvoeging van onze vestigingen in Raalte en Deventer.

Er moet een kantoor gebouwd- en een wand geplaatst worden voor de vergader/trainingsruimte.

Van het magazijn dat ruim 900 secties van 1 meter groot wordt is al een gedeelte opgebouwd.

Tevens wordt de hal door de huurbaas van nieuwe dakbedekking voorzien.

Onderstaande foto's geven een indruk van de voortgang.