donderdag 13 december 2012

Slaapverwekkende voorspelbaarheid huizenmarkt, goed nieuws?

Mathijs Bouman
Nog twee weken en dan komen ze weer: de voorspellingen van beursanalisten voor het komende jaar. Waar staat de AEX aan het eind van 2013? Wat worden de winnende aandelen, en wat de verliezers?

‘Geen idee’, zouden de analisten het liefst antwoorden, maar daarmee halen ze de krant niet. Dan maar weer een wilde gok, in de zekerheid dat ze ook in 2013 de pijltjes gooiende gorilla niet zullen verslaan.
Slaapverwekkende voorspelbaarheid

Hadden ze maar huizenmarkteconoom moeten worden. Want terwijl de aandelenkoersen willekeurig op en neer schieten, beweegt de huizenprijs met slaapverwekkende voorspelbaarheid. Sinds zomer 2008 daalt de huizenprijs gestaag; het ene jaar wat sneller dan het andere, maar altijd is de richting hetzelfde: omlaag.
Onze huizenmarkt werkt blijkbaar zo slecht, dat de verwachte daling niet direct wordt ingeprijsd. Het pad omlaag wordt stapje voor stapje afgelopen. Voorspellen is onder zulke omstandigheden een fluitje van een cent.

Dalende huizenprijs

Volgens de economen van Rabobank wordt het gemiddelde huis volgend jaar 7% goedkoper. ING gaat tevens uit van 7% in 2013 en verwacht in 2014 een daling van 5%. Ook de Nederlandsche Bank verwacht nog twee jaar met dalende huizenprijs. En een topman van SNS Reaal zei onlangs dat er de komende tijd nog 20% van de huizenprijs af moet.
Dat is pech voor wie z’n huis wil verkopen, maar een feest voor de huizenkoper met geduld. Wacht twee jaar met het kopen van dat huis van €300.000 en je krijgt tot €60.000 korting. Dat is tweemaal een modaal jaarinkomen. Geduld was nog nooit zo lonend. En haastige spoed nog nooit zo duur.

Verkeerde voorspelling?

Tenzij de voorspelling van de banken niet uitkomt. Als de huizenprijzen in de tussentijd gaan stijgen, slaat het voordeel om in een nadeel. Wat is de kans dat alle Nederlandse banken tegelijk de huizenprijs verkeerd voorspellen? Behoorlijk groot. Voordat de daling inzette, dachten alle banken dat de prijzen zouden blijven stijgen.
Anders hadden ze nooit aan zo veel Nederlanders een tophypotheek verstrekt. Toen het IMF in 2008 beweerde dat Nederlandse woningen fors overgewaardeerd waren, wisten de Nederlandse experts niet hoe snel ze dat bericht moesten bagatelliseren. Dat diezelfde experts nu unaniem langdurige prijsdalingen voorspellen, zegt dus niet zo veel.
In elk geval maakt de eensgezindheid van de banken een columnist argwanend. Hoe ver is de Nederlandse huizenmarkt van een nieuw evenwicht?
Gecorrigeerd voor inflatie heeft de huizenprijs al een flinke correctie achter de rug. In oktober was de gemiddelde reële woningwaarde terug op het niveau van juni 2000.

Prijsniveau 1999

Als de door de banken voorspelde daling werkelijk uitkomt, zitten we eind 2014 op het prijsniveau van begin 1999, toen het grootste feestje op de Nederlandse huizenmarkt nog moest beginnen. Ligt het nieuwe evenwicht tussen vraag en aanbod werkelijk bij zo’n lage prijs?
Ik betwijfel het. Door de prijsdalingen, gecombineerd met de relatief lage rente, ligt de betaalbaarheid van woningen nu al weer ongeveer op normaal niveau. Bovendien is er de afgelopen jaren veel minder gebouwd dan op grond van de verwachte groei van het aantal huishoudens nodig is.

Koopmomentje

Er is in Nederland een structureel woningtekort aan het ontstaan, dat wordt gemaskeerd door de financiële problemen. Zodra de crisis voorbij is, zal die schaarste zich doen voelen.
Ik wil hier niet de analist spelen die belooft dat de markt snel gaat opleven. Maar als de pessimistische bankeconomen gelijk krijgen, dan is dat niet omdat het nieuwe evenwicht op de huizenmarkt nog zover weg is, maar omdat de neerwaartse correctie fors doorschiet, tot onder het nieuwe evenwicht.
‘Een koopmomentje’, zou de beursanalist dat noemen.

Mathijs Bouman is macro-­econoom.

After Sales congres: volop leven in de brouwerij

De machtsverhoudingen in de reparatie- en onderhoudsmarkt zullen de komende jaren behoorlijk veranderen. Hoe gaat de markt eruit zien en wie worden de winnaars? Die vraagstukken zijn uitgebreid aan de orde geweest op het eerste Nationaal Aftersalescongres in Maarssen, een initiatief van het toonaangevend vakblad in de autobranche Aftersales Magazine.
Ruim 473 vakgenoten verzamelden in De Fabrique in Maarssen om bijgepraat te worden over de kansen van de crisis. De presentaties van Dr John Wormald (directeur van Autopolis, een adviesorgaan voor de automobielindustrie en -branche) en Jos Veldhuisen (hoofdredactie Aftersales Magazine) schetsten een beeld van de toekomst van de Europese aftermarket. De nieuwe verhoudingen tussen het merkgebonden en het universele kanaal zullen zich de komende jaren aftekenen en daartoe worden nu de kaarten geschud.
Ten eerste de merkdealers en andere door fabrikanten geautoriseerde netwerken, kortweg de OES-sector genoemd. Waarbij autofabrikanten de regie in handen hebben. Ten tweede zijn het onafhankelijke universele garages die al of niet samenwerken in een werkplaatsconcept. En ten derde de autoserviceketens die hun plek binnen de reparatie- en onderhoudsmarkt opeisen.
De vraag is of de strijd om de werkplaatsklant een duidelijke winnaar zal opleveren. Op het eerste gezicht lijken autofabrikanten en hun dealernetwerken – het merkgebonden kanaal – een solide basis te zijn om maximaal te profiteren van hun marketingslagkracht. Maar dat is minder voor de hand liggend dan het lijkt. Wat de dealers overeind houdt, althans tot nu toe, is de marge op gefactureerde uren. De merkdealer moet oppassen zich hierbij niet uit de markt te prijzen. Waarbij opgemerkt dat het universele garagebedrijf hier de achilleshiel van de dealer kan bewerken.
De onderdelenverkoop van dealers naar universele garages lukt nog niet echt dankzij de enorme inefficiëntie bij dealers. Er zijn in ieder EU-land meer dealervestigingen dan grossiers en toch zouden al die dealers onderdelenleverancier willen of moeten worden. De onderdelenlogistiek vanuit het merkgebonden kanaal zal dan ook door fabrikanten en importeurs moeten worden opgepakt of overgelaten aan de universele groothandels. Dat is emotioneel nog een brug te ver voor veel automerken. Wat niet betekent dat het vrije kanaal achterover kan leunen. Onder het merkgebonden oppervlak borrelt het.
Kortom, voer genoeg voor een forumdiscussie met ervaringsdeskundigen onder leiding van Jaap Rijlaarsdam, voormalig hoofdredacteur van het vakblad Automotive. Op geheel eigen wijze wist René van der Gijp ten slotte de branche confronterend een spiegel voor te houden.

Bron: Aftersales Management

dinsdag 11 december 2012

Winterbanden populair bij dieven

Dieven hebben het op grote schaal voorzien op winterbanden. Dit blijkt uit berichtgeving van De Telegraaf.
Winterbanden populair bij dieven.'
Winterbanden populair bij dieven.
In alle gevallen werden de banden van geparkeerde auto's gestolen. De dieven zetten de voertuigen op blokken en gaan er vervolgens met de complete wielen vandoor. De Telegraaf meldt dat de politie in de regio Arnhem in het afgelopen weekeinde ongeveer tien aangiftes binnen kreeg van gestolen winterbanden. De stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (AVc) zegt dat er mogelijk sprake is van een nieuwe trend.
Niemand durft nog te zeggen waar de winterbanden blijven. Tot dusverre zijn er nog geen dieven betrapt of aangehouden.
In alle gevallen werden de banden van geparkeerde auto's gestolen. Volgens de politie kan diefstal van winterbanden een stuk moeilijker worden gemaakt door zogeheten velgsloten op de wielen te monteren.

maandag 10 december 2012

Ruim 20 procent zakelijke rijders betaalt winterbanden zelf

Ruim 20 procent werkgevers weigert vergoeding winterbanden. Meer dan 20% van de zakelijke rijders betaalt de winterbanden uit eigen zak. Dit blijkt uit onderzoek van De Vereniging Auto Van De Zaak (VAVDZ). Men vindt dat winterbanden een vast onderdeel moeten zijn van de autoregeling, bijvoorbeeld door dit onderdeel uit te laten maken van het normleasebedrag.
Volgens de vereniging weigeren werkgevers om voor hun werknemers faciliteiten te treffen om het monteren van winterbanden mogelijk te maken. Uit het online onderzoek blijkt dat net als vorig jaar 25% van de berijders de winter in gaat zonder winterbanden. Van alle berijders geeft 55% aan dat zij tegenwerking ervaren bij hun werkgever als de vraag om winterbanden gesteld wordt. Vorig jaar was dit nog 51%. 22% van de berijders die wel winterbanden hebben onder de auto van de zaak, betaalt deze uit eigen zak.
Het onderzoek werd uitgevoerd onder de leden van de vereniging. Er reageerden 659 respondenten. VAVDZ is een voorstander van het gebruik van winterbanden, aldus voorzitter Martin Huisman. ”Winterbanden zijn prettig in winterse omstandigheden en op aspecten die met veiligheid te maken hebben, mag je niet besparen.”

Vaco waarschuwt voor gladde banden op sneeuw

Juist met sneeuwval is veiligheid op de weg van essentieel belang. Vereniging Vaco uit haar zorgen: zo’n 325.000 personenwagens rijden rond met banden die minder dan de wettelijke voorgeschreven profieldiepte van 1,6 mm hebben.
Volgens Edwin Brinksma is de profieldiepte van essentieel belang voor de verkeersveiligheid bij sneeuwval: “Op een wegdek dat bedekt is met 3 mm water heeft een band nauwelijks nog contact met het wegdek. Laat staan als op het wegdek ook nog een laag sneeuw ligt.”
Uit eerder onderzoek van Vaco was al gebleken dat er circa 325.000 personenaúto’s rondrijden met banden die minder dan de wettelijk voorgeschreven profieldiepte van 1,6 mm hebben. Brinksma: “Met de huidige weersomstandigheden baart dit ons extra zorgen. En dan hebben we het nog niet over de 41% van de personenauto’s die kampen met ten minste één band met slijtage of schade.”
Volgens Brinksma speelt de profieldiepte ook bij winterbanden een belangrijke rol: “”Wanneer een winterband minder dan 4 mm profiel heeft, verliest de band een groot deel van zijn winterse eigenschappen, ook al mag er wettelijk gezien mee worden doorgereden.”

donderdag 6 december 2012

Auto Crew ambitieus voor 2013

autocrew signing bedrijfspandAutocrew Nederland heeft ambitieuze plannen voor 2013. Na de focus op ledenverwering en groei zal de formule het standaardpakket marketingmiddelen aanzienlijk vergroten, een eigen pechhulpprogramma lanceren en is er ook de mogelijkheid om in te tekenen op extra trainingen.
"Op vraag van onze leden wordt het komende jaar nog meer gefocust op ondersteuning op marketinggebied. Doel is het vergroten van de naamsbekendheid van Autocrew, vooral in de directe omgeving van het garagebedrijf", zegt Gerwin Vegter, marketingdirector voor Frankrijk en de Benelux.

Audits

Naast meer marketingmateriaal wordt er in 2013 ook een special marketingteam ingezet. Dit team zal de Autocrew-leden helpen om een campagne op maat van het individuele bedrijf te ontwikkelen. De lokale acties worden landelijk ondersteund met een bredere imagocampagne, waarbij de nadruk ligt op de prijs- en kwaliteitverhouding van het netwerk. Dit wordt onderbouwd door audits van en mystery visits aan de leden.

Pechhulp

Voor de start van de zomervakantie wil Autocrew haar klanten een eigen pechhulpprogramma aanbieden. Momenteel wordt hierover met verschillende partijen onderhandeld. Vegter: "Als we ons als kwaliteitsvol netwerk willen profileren, is het niet meer dan logisch dat klanten kunnen genieten van mobiliteitsgarantie."
Autocrew is onderdeel van Bosh en werd in maart 2010 in Nederland geïntroduceerd. Tegen eind dit jaar verwacht Bosch dat het honderdste lid wordt aangesloten.

Bron: Aftersales Management.

Techniek is geen knutselen

Goed nieuws. VVD en PvdA willen dat op alle basisscholen structureel techniek wordt onderwezen. De Kamerleden Anne-Wil Lucas (VVD) en Tanja Jadnanansing (PvdA) vinden het belangrijk dat kinderen zo jong mogelijk kennismaken met wetenschap en techniek, zodat kinderen leren hoe leuk techniek is en bèta-talent al op de basisschool bovenkomt.
Wat een succes dat deze Kamerleden onze oproep hebben gehonoreerd. FME hamert al tijden op het belang van goed techniekonderwijs aan jonge kinderen. Ik zie het als een belangrijke stap naar meer instroom in techniekopleidingen en dat is geen luxe. Over een paar jaar al is het tekort aan technici opgelopen tot 170.000! Dat vormt een grote bedreiging voor het voortbestaan van de maakindustrie in ons land en daarmee voor welvaart en welzijn. Want het is immers de maakindustrie waar het geld moet worden verdiend. Als er niet snel actie wordt ondernomen, wordt Nederland ingehaald door opkomende economieën, waar techniek wél in hoog aanzien staat en waar jonge mensen massaal kiezen voor een technische studie. Als wij niet in staat zijn het aantal techneuten in ons land drastisch te verhogen, gaan onze bedrijven naar die landen waar wél voldoende goed opgeleide technici zijn.
 
Het voorstel van de Kamerleden kan bijdragen aan de oplossing van dit probleem. Zij willen niet alleen dat techniek een serieus vak wordt op de basisschool, maar óók op de Pabo. Dan zijn we verlost van de juf die denkt dat een lesje knutselen techniekonderwijs is. Dat is mooi. Maar wat mij betreft kan het nog beter. Ik denk dat we nog beter af zijn met echte vakdocenten techniek op de basisschool en misschien zelfs in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs. Een techniekdocent, zoals de gymleraar en – in het verleden – de muziekleraar. Iemand die met verstand van zaken les geeft in zijn/haar eigen vak. Trots en gepassioneerd. Pas dan bereik je kinderen en maak je ze enthousiast. Pas dan ontdekken ze hun eigen bèta-talent en dan kiezen ze voor techniek en daarmee voor uitdagend werk en een goed belegde boterham. Onze bedrijven zullen ze met open armen ontvangen!

Bron: Mevrouw Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink voorzitter FME/CWM